Het goede woord in een zee van stilte

27. April 2013 Nederland 0

Een etmaal bij de Benedictijnen in Vaals

05.00 uur Metten

Zeven maal daags heb ik uw lof gezongen, zegt de profeet. En ook in de nacht ben ik opgestaan om U te loven. Dat is dus nu. Een voor een komen de monniken de kerk in en gaan in de koorbanken zitten. Het is donker achter de ramen. Heer, open mijn lippen. Ze zingen Gregoriaans. Psalmen, hymnen, antifonen. Er is geen woord Nederlands bij. Na een uur hoor ik vogels in de rustmaten.

De vorige avond heb ik me gemeld bij broeder Marc, gastenpater van abdij Sint Benedictusberg in het Limburgse Lemiers bij Vaals. De voetwassing is ook afgeschaft. Wel giet de prior water over mijn handen. De prior is de plaatsvervanger van de abt. De abt is overspannen. Hij is in het buitenland.

Er zijn nog dertien monniken. De afgelopen twee jaar zijn er zes gestorven. De oudste is nu 86. Marc (52) is de jongste. Sinds hij intrad, in 1987, hebben 38 mannen geprobeerd monnik te worden, maar na korte of langere tijd vertrokken ze weer. Broeder Épiphane is 36. Hij is uitgeleend door een klooster in Senegal.

Gasten zijn er altijd. De monniken ontvangen in hen Christus zelf, heet het. Want Hij zal eens zeggen: Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen. Gasten moeten zo min mogelijk praten. Dat is niet moeilijk voor de meesten. Stilte is waarvoor ze komen.

Sommigen zitten in een crisis. Al kan stilte die ook erger maken.

Ze komen hier omdat ze ergens anders weg willen, zegt broeder Marc. Ontsnappen aan werk of gezin. Letterlijk ergens bij stilstaan. Sommigen zitten in een crisis. Al kan stilte die ook erger maken. Soms moet hij uitleggen dat de abdij geen goedkoop pension is. Het is niet vrijblijvend, je wordt geacht bij de liturgie te zijn.

Onder de gasten: een student die hier per week een dag aan zijn scriptie werkt. Een kale man die, denk ik, ziek is geweest. Een katholieke manager die zegt dat de stilte dingetjes in jezelf bovenhaalt. Een gepensioneerd architect. Hij boekt elk jaar een week. Dit is vakantie, zegt hij.

06.30 uur Lauden

Wie wenst te telefoneren kan daarover de portier aanspreken, staat in een brochure. Mijn telefoon heeft drie streepjes bereik. Die zet ik maar op stil.

Deze mannen volgen de regel van Benedictus: kuisheid, zwijgzaamheid, stabilitas loci – het op één plaats blijven. De dag van de monniken draait om het gebed. Beter: de gebeden draaien om de monnik. En die gebeden zijn op vaste momenten. Vóór zonsopgang de metten, meteen daarna de lauden. Dan priemen, tertsen, sexten en nonen, de oude nummers van de uren. Bij zonsondergang de vespers, en de completen sluiten de dag.

Zo is de monnik gewikkeld in drie, steeds kleinere cirkels van zonnebaan, kloostermuur en zijn eigen lichaam. Op de passerpunt zoekt hij God.

07.45 uur Priem

Vier monniken komen binnen. Eén zit er al. Zijn rollator staat achter een zuil. Vijf gasten zitten verspreid in de kerk. Een huis scheidt binnenlucht van buitenlucht. Als die binnenlucht gewijd is, heb je een kerk. Vier muren en dak – dat was de eerste kerk, die duizend jaar later de gotische kathedraal zou worden. Deze kerk is het tegendeel, bijna terug bij af. Puur vorm.

Hij is eind jaren zestig gebouwd door Hans van der Laan. Hij heeft ook banken, tafels en kledij van de monniken ontworpen. Teleurgesteld in zijn studie bouwkunde, trad hij in bij de benedictijnen in Oosterhout. Een deel van hen begon in 1951 een nieuwe, conservatieve gemeenschap in deze nagenoeg leegstaande abdij.

[Tekst gaat door onder de foto’s]

Volgens Dom – de benedictijnse eretitel – Hans van der Laan leeft de mens in drie ruimtes, waarvan de actieradius wordt bepaald door handen, voeten en gezichtsveld. Monnikscel, hof, landschap. Hij bedacht een gulden snede voor ruimtelijke verhoudingen, die hij ‘het plastische getal’ noemde. Aan de hand daarvan bouwde hij deze kerk en een deel van de abdij. Blokken, vlakken, beton, met kalk bestreken baksteen. Het is conservatief genoemd, en hypermodern.

Ik ontbijt met de tweede architect onder de gasten, een Belg. Hij heeft veel villa’s gebouwd. Hij kijkt zijn ogen uit, telt, meet, geniet. Het lijkt zo evident wat Van der Laan doet, maar het is het niet, zegt hij. Toch weet hij niet of hij terugkomt: je stapt uit de wereld, maar je komt terecht in een ander keurslijf.

Als ik te veel aan God denk, sla ik op mijn vingers

Wij zijn een contemplatief klooster, zegt broeder Leo. Denk maar aan op je kont zitten. Leo was timmerman toen hij zijn roeping kreeg. Nu hakt hij letters in grafstenen, monumenten, schalen, ‘eerste’ stenen; kloeke kapitalen, ook ontworpen door Van der Laan. De letters op diens graf, even buiten de abdij, heeft hij uitgehakt.

09.30 uur Terts en Hoogmis

Werk is ook een gebed, zegt hij. Maar als ik te veel aan God denk, sla ik op mijn vingers. Zijn werk is een belangrijke bron van inkomsten, nu de broeder boekbinder naar een ander klooster is vertrokken. Leo’s atelier ligt net buiten de muren. Hij maakt ook beelden in brons, die je figuratief kunt noemen. Achter ons is de kloosterdeur in het slot gevallen, zodat we buiten staan. Ja, zegt Leo, uittreden is hier makkelijker dan intreden.

12.15 uur Sext

Wij eten zwijgend soep, en sla met een ei, en we luisteren naar het voorlezen. Tijdens het middagmaal altijd uit een werelds boek. Het boek gaat over Van Eycks schilderij ‘Het Lam Gods’. Broeder Marc heeft leesbeurt. Ik denk dat ik een robot hoor. Maar deze platgeslagen uitspraak heet recto tono. De persoon die de woorden uitspreekt wordt zo naar achter geschoven. Dan komt het woord naar voren. Ik ervaar het omgekeerde.

14.00 uur Noon

Ik hou een lijstje bij. Achter de deur van mijn gastenkamer klinken: gerammel van sleutels, niezen, kopjesgerinkel, een stofzuiger. Buiten suist de weg en klinkt de verre donder van straaljagers, ergens over de Duitse grens. Stil is het niet.

In 1952 schreef John Cage zijn compositie 4’33”. Een man doet de klep van een vleugel open en na vier minuten en drieëndertig seconden weer dicht. Intussen luistert het publiek ademloos naar de omgevingsgeluiden: die zijn het eigenlijke muziekstuk. Nooit klonk stilte zo luid.

17.00 uur Vespers

Het gaat niet om het contrast tussen stilte en geluid, maar om stilte versus woorden, zegt Marc. Ik denk dat Benedictus zwijgzaamheid zo belangrijk vindt omdat woorden zó intens zijn, dat je ze zorgvuldig moet kiezen. Het goede woord dat in een zee van stilte valt.

Wat de stilte mij doet? Iedereen zegt dat 24 uur te kort is. Pas na een paar dagen heeft ora et labora – bidden en werken – effect. Hoe, dat is voor iedereen anders. Ik voel concentratie: om te beginnen schrijft dit stuk zich daar bijna vanzelf. Maar ook: lichte hallucinaties van het Gregoriaans. Luisteren is niet denken. Wel intensief nu. Je schiet er niks mee op, en dat is nu juist de bedoeling.

20.30 uur Completen

De lucht in de kerk is nog zwaar van de wierook. Voor de laatste keer die dag nemen de monniken hun plaatsen in. Boven de bank van broeder Épiphane steekt de hals van zijn kora uit, de Senegalese harp. Dit is nooit zo geweest. Maar zijn tokkelende snaren onder de tien mannenstemmen geeft een merkwaardige swing. De Heer verhoort mij, zo vaak ik tot hem roep. In het halfduister staan ze op. Een bel luidt drie keer. De dag is voorbij. In de cirkelvormige stilte blaft een hond.

Abdij Sint Benedictusberg, Lemiers (bij Vaals, Zuid-Limburg); benedictusberg.nl; gasten betalen 30 euro per dag, inclusief maaltijden

Deze reportage is verschenen in de bijlage Lux van NRC Handelsblad, gewijd aan het zoeken naar stilte: [NRC Handelsblad, 27 april 2013].

Tags: architectuur, Benedictijnen, Dom Hans van der Laan, klooster, stabilitas loci

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *